Waar staan we nu?
Probleemanalyse
Op deze pagina vind je de praatplaat met ervaringen van mensen in het passend onderwijs. In december 2019 hebben we twee bijeenkomsten met in totaal 80 deelnemers georganiseerd. Daar zijn gesprekken gevoerd met mensen die dagelijks met passend onderwijs te maken hebben.
De centrale vraag was: waar staat passend onderwijs nu? De deelnemers konden zelf onderwerpen aandragen en de agenda bepalen. In onderstaande praatplaat zie je alle ervaringen samengevat. Verderop worden delen uit de praatplaat verder toegelicht.
De praatplaat als overzichtstekening van ervaringen in het veld
De praatplaat laat zien hoe het staat met passend onderwijs in de praktijk. We hebben veel positieve geluiden en ervaringen gehoord waarop verder gebouwd kan worden. Ook hebben we een grote diversiteit gezien in hoe passend onderwijs in de praktijk wordt gebracht, onder meer tussen scholen en samenwerkingsverbanden. We hebben voorbeelden gehoord van oplossingen met tevreden leerlingen en ouders. We zien ook worstelingen. Daarnaast is een kloof tussen zorg en onderwijs te zien die de uitvoering van passend onderwijs bemoeilijkt. Tot slot is er de vraag aan de horizon: welke betekenis geven we aan inclusief onderwijs?
In de plaat staan de positieve ervaringen en de worstelingen door elkaar heen. Dit is bewust gedaan. In de praktijk lopen deze zaken ook door elkaar. Op basis van de gesprekken is het niet mogelijk om aan te geven wat de structurele succesfactoren zijn. Wel wordt aangegeven dat ‘persoonlijke inzet’ op alle schijven essentieel is voor succes.
Toelichting op hoofdonderdelen praatplaat
Op de praatplaat is veel te zien. Over het geheel genomen geven alle tekeningen bij elkaar een duidelijk beeld van wat er nu speelt rondom passend onderwijs. Om de plaat te kunnen lezen, lichten we de hoofdonderdelen uit de plaat kort toe. Belangrijke noot is dat de beelden voortkomen uit de gedeelde ervaringen en voorbeelden van de mensen die we gesproken hebben tijdens de bijeenkomsten. Wat niet genoemd is, staat dus ook niet op de plaat of in deze toelichting. Dat betekent niet dat dit onderwerp niet belangrijk is; bij de evaluatie gebruikt OCW ook andere bronnen om tot conclusies over passend onderwijs te komen.
Positie leerlingen en ouders
De ervaring is dat als leerlingen en ouders steeds betrokken worden bij het invullen van de ondersteuning voor de leerling, dit leidt tot goede persoonlijke oplossingen. Ouders en leerlingen worden niet overal even goed betrokken. Er wordt veel gesproken ‘over’ de leerlingen. Advies van de geschillencommissie kunnen scholen naast zich neerleggen. Ouders weten soms niet meer waar ze nu terecht kunnen voor hulp en informatie, worden van het kastje naar de muur gestuurd en voelen zich soms gedwongen om juridische stappen te ondernemen.
Verschil in mogelijkheden en handelingsbekwaamheid onderwijspersoneel
Niet binnen alle scholen is er de tijd, ruimte en kennis om goede ondersteuning in de klas te bieden. In deze scholen is de ervaring dat de IB-er of zorgcoördinator vaak meer bezig is met brandjes blussen dan de leraar in de klas structureel te ondersteunen. Ondertussen dendert de onderwijstrein door met alle toetsen en administratie. Het lerarentekort voert daarin de ervaren werkdruk extra op. In het VO zijn de 50 minuten lessen een extra uitdaging om te voorzien in extra ondersteuningsbehoefte van leerlingen. Door deze zaken voelen scholen zich niet altijd in staat om aan de zorgplicht voldoen. Handelingsverlegenheid is een gehoord excuus om geen passende oplossing te bieden. Wanneer de leerling niet bij een andere school in de regio opgevangen wordt, kan dat ertoe leiden dat of een leerling thuis komt te zitten of (te makkelijk) naar het speciaal onderwijs gaat. De stroom terug van speciaal onderwijs naar regulier onderwijs is beperkt; het is vaak éénrichtingsverkeer.
Scholen die zich wel bekwaam voelen, komen met leerling en ouder tot goede persoonlijke oplossingen. Bij deze scholen hebben de IB-ers en zorgcoördinatoren vaak een belangrijke adviserende rol richting leraren en zorgen zij voor kennisoverdracht binnen de school. Zij werken meer planmatig dan ad hoc en weten de weg naar het samenwerkingsverband te vinden. Daarbij wordt binnen deze scholen de verantwoordelijkheid sterk gevoeld om tot een oplossing te komen.
Op de lerarenopleidingen wordt op dit moment een kans gemist om nieuwe leraren goed voor te bereiden op passend onderwijs.
Belang van verantwoordelijkheid en leiderschap in de school
Er wordt ervaren dat leiderschap binnen de school een belangrijke succesfactor voor goed passend onderwijs is. Directeuren die verantwoordelijkheid nemen en leiderschap tonen, altijd met het kind en de ondersteuningsbehoefte in het achterhoofd. Die zorgen dat de leraar goed is toegerust met ondersteunende middelen en benodigde kennis.
Regionale ruimte en verschillen in het organiseren van passend onderwijs
In de bijeenkomsten is aangegeven dat de verschillen in uitvoering van passend onderwijs per regio groot zijn. Dat kan ook, want die ruimte is bij de invoering van het beleid gegeven. In sommige regio’s zijn de samenwerkingsverbanden de spin in het web en is er veel onderlinge afstemming over visie, doelen en samenwerking in de regio met onder andere de gemeente en de (jeugd)zorg. Het is duidelijk wie welke verantwoordelijkheid heeft en het geld komt op de juiste plek terecht. Er wordt goed kennis gedeeld over problemen en oplossingen. Daarbij wordt er zorg gedragen voor hulp en informatievoorziening voor scholen, leerlingen en ouders. In andere regio’s is het samenwerkingsverband meer een postbus waar geld wordt opgepot en/of verdeeld. De regie ligt dan bij de scholen. Kennisdeling is beperkt en er wordt niet in samenhang nagedacht over de oplossingen die binnen de regio nodig zijn.
Het toezicht op passend onderwijs wordt als ‘beperkt’ ervaren. En er wordt ervaren dat de verschillen tussen regio’s groot zijn en dat leerlingen daardoor niet dezelfde kansen krijgen. Door de ruime kaders is de rol van de Inspectie ook beperkt. Daarbij handelt de inspectiedienst niet op basis van individuele gevallen maar alleen op algemene beelden. Het duurt dus soms lang voordat een school of samenwerkingsverband wordt aangesproken op hun verantwoordelijkheden.
Beperkt toezicht en bijsturing van uitvoering passend onderwijs
De Inspectie heeft een rol bij het toezicht op de uitvoering van passend onderwijs, maar bijvoorbeeld ook de OPR. Formeel hebben zij de verplichting om eens in de 4 jaar akkoord te geven op het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband, waardoor ze soms het gevoel hebben weinig druk te kunnen uitoefenen. In de gesprekken kwam naar voren dat het veld hier een kans ziet om deze partijen te versterken zodat zij meer kunnen betekenen in het toezien en het aanjagen van verbetering in de uitvoering van het passend onderwijs.
Kloof tussen onderwijs en zorg
In de bijeenkomsten kwam de kloof tussen zorg en onderwijs veel op tafel. De decentralisatie van de jeugdzorg heeft deze verder vergroot. Er wordt tussen zorg en onderwijs veel langs elkaar heen gepraat. Waar individuen verbindingen bouwen, zien we dat informatie begint te stromen en dat er betere afstemming komt. Maar er zijn ook spanningen. Sommige ouders ervaren dat zorgmedewerkers zich dominant opstellen in gesprek met de school en de behoefte van de ouder en leerling niet goed naar voren komt. Ook is het zorglandschap enorm versnipperd, dit maakt samenwerking en overdracht van informatie met het onderwijs extra lastig.
Complexiteit in geldstromen
Er lopen veel verschillende geldstromen, naar veel verschillende partijen, met veel verschillende doelen. Het beeld leeft dat er veel geld naar coördinatie gaat, zeker op het niveau van de samenwerkingsverbanden. Binnen scholen is het soms onduidelijk welke middelen waarvoor zijn en wat er dus beschikbaar is voor passend onderwijs. Ook wordt er nu zorg uit de onderwijspot betaald, terwijl er maar nauwelijks doorgang is van zorggeld naar de klas.
Inclusief onderwijs aan de horizon
Rondom inclusie heersen vooral nog veel vragen tijdens de bijeenkomsten. Wat verstaan we onder inclusief onderwijs? Zijn we daar al aan toe? In de gesprekken werd aangegeven dat het belangrijk is om vast te stellen welke stip op de horizon we voor inclusief onderwijs willen plaatsen. Dat geeft richting en zo weten partijen waar naartoe gewerkt wordt.
Hoe zijn deze ervaringen in het veldtraject ingezet?
De praatplaat uit de analysefase is gebruikt in de bijeenkomsten gericht op het vormgeven van het toekomstverhaal: wat kunnen we leren van de goede ontwikkelingen en hoe kunnen we de zorgpunten verbeteren? De resultaten daarvan vind je hier.